Hemofilie A en B: gelijkenissen en verschillen

In het algemeen, wanneer iemand zich verwondt, zal het bloed binnen enkele minuten stollen, waardoor de aanzet wordt gegeven voor de genezing. Het bloed van personen die lijden aan hemofilie stolt niet zoals het hoort omdat een van de stoffen die noodzakelijk is voor de stolling ontbreekt of in een te kleine hoeveelheid aanwezig is. Personen die kampen met hemofilie A hebben een tekort aan het stollingseiwit factor VIII (factor acht). Deze factor kan volledig ontbreken of onvoldoende aanwezig zijn.
Bij personen die lijden aan hemofilie B (of Christmas disease) is er een tekort aan het stollingseiwit factor IX (factor negen). Deze bloedaandoening lijkt sterk op hemofilie A, maar komt veel minder vaak voor.
Beide vormen van hemofilie kunnen enkel door een bloedonderzoek van elkaar onderscheiden worden. Inderdaad, hemofilie A en B veroorzaken dezelfde symptomen. Het onderscheid kan alleen worden gemaakt door de bloedplasmaconcentratie van de verschillende stollingsfactoren (VIII en IX) te onderzoeken.
Hemofilie A en B zijn zeldzaam: hemophilie A wordt vastgesteld bij 1 op de 10.000 jongens. Hemofilie B komt voor bij 1 op de 30.000 jongens. De groep hemofiliepatiënten bestaat voor 80% uit hemofilie A en voor 20% uit hemofilie B-patiënten.