Evolutie van de behandelingsmethoden

De eerste behandeling van hemofilie A dateert van 1840, waarbij een hemofiel behandeld werd met een transfusie van volledig bloed.

 

In 1929 ontwikkelen Dr. Payne en Dr. Steen het gebruik van citraatplasma (dus anti-stollend). De transfusie duurde meer dan 1 uur en leverde veel allergische reacties op.

 

In de jaren 50 heeft men getracht bloed van dierlijke oorsprong aan hemofielen toe te dienen doch ook hier traden te veel allergische reacties op, te wijten aan incompatibiliteit.

 

In 1960 kwam het cryoprecipitaat, bevroren vers plasma, op de markt. Hoewel deze methode steeds verfijnd werd, veroorzaakte ze jammer genoeg een overdracht van ernstige ziekten zoals HIV en hepatitis waardoor men op zoek moest gaan naar veiligere behandelingen.

 

Doordat in 1984 de structuur van het DNA volledig gekend was, werd het mogelijk om factor VIII na te maken. De recombinante stollingsfactor was geboren.